35 jaar SBN: Verhalen van leden van het eerste uur

35 jaar SBN: Verhalen van leden van het eerste uur

Dit jaar viert de SBN haar 35-jarig jubileum. Een mijlpaal die niet alleen draait om jaren, maar vooral om mensen, sportiviteit en onvergetelijke momenten. Om die reden gaan we terug naar het begin. Naar de eerste-uurleden die erbij waren toen survivalrun nog in de kinderschoenen stond. De komende weken delen we hun verhalen. Over hoe zij kennismaakte met de sport en waarom survivalrun hen nooit meer heeft losgelaten.

Bert Klutman (SBN-lidnummer 40)
“Na die eerste run was ik kapot… maar ik heb me toch direct weer ingeschreven.”

Bert Klutman stond aan de start van de eerste survivalrun in 1990. Ondanks dat hij zichzelf met zijn 38 jaar ‘al bijna veteraan’ noemde, ging hij er vol voor. “Maar die eerste survivalrun hakte er wel behoorlijk in, ik was tamelijk kapot”, kijkt hij daar op terug. “Maar ik heb me toch direct weer ingeschreven.” Dat leverde hem zelfs een bijzonder aandenken op. “Het allereerste survivalrunshirtje met nummer 1: daar ben ik zuinig op.”

De beginjaren waren voor Bert één groot avontuur. “De eerste survivalrunwedstrijden waren een complete verrassing wat betreft de hindernissen.” Die onbekendheid zorgde voor een bijzondere sfeer. “’s Morgens in de kleedkamer was het uitgelaten, een beetje zoals bij een schaatstoertocht.” Volgens hem wilde iedereen vooral ‘de uitdaging aangaan en voor eigen eer alles sportief uitvoeren’. Controleposten waren er nauwelijks nodig: het vertrouwen in de sportiviteit was groot.

 

Ook herinnert hij zich de opkomende rivaliteit. “Er ontstond een sportieve strijd tussen het kamp Voshaar en Gendringen.” Mannen als Kersten en Maarse hielden elkaar voortdurend in evenwicht: de ene keer kwam de één als eerste bij de bel, de volgende keer was het de ander die er met de winst vandoor ging. Bert zat daar als Aaltenaar precies tussenin. Omdat hij vooral individueel trainde, waren de hindernissen vaak een verrassing. “Een Postmanswalk was gewoon iets waarvan je moest afwachten hoe het werd uitgevoerd.”

Wat survivalrun voor hem toen uniek maakte, is eigenlijk nog altijd hetzelfde. “In het begin stonden er vooral veel veldlopers aan de start, maar al snel bleek dat het een sport is voor een heel ander type atleet. Het is een sport waarin uiteenlopende vaardigheden samenkomen en juist dat maakt het zo bijzonder. Bovendien zorgt het ervoor dat je je sterker verbonden voelt met de natuur. Voor mij roept het ook iets oers op: het brengt vaardigheden naar boven die doen denken aan hoe de mens ooit leefde. Het vergroot ook het besef van waar we vandaan komen, vooral als je ziet dat we tegenwoordig omringd zijn door luxe, zoals elektriciteit, stromend water en centrale verwarming. Dat blijft een mooie gedachte.”




Peter Pentenga (SBN-lidnummer 55)
“Wat deze sport ook zo mooi maakt: de atleten. Het is gewoon een fijn soort mensen. Niet zeuren, gewoon gáán.”

Een vriend van Peter wees hem begin jaren ’90 op een nieuwe sport. Deze vriend, die toen op de politieacademie zat, zei tegen hem: ‘Ik heb nou toch wat gaafs meegemaakt: een survivalrun!’ Ze hebben zich toen direct ingeschreven voor de eerstvolgende run. “Volgens mij was dat in Harreveld, Neede of Zelhem, ik weet het niet meer precies”, blikt Peter terug. “Wat ik wél weet: ik vond het meteen hartstikke leuk. Ik deed in die tijd aan kwarttriatlon, maar dit vond ik in één klap veel leuker. Wat een avontuur! Je wist totaal niet wat je te wachten stond. De grootste uitdaging was toen voor mij maar één ding: mijn bandje behouden.”

Peter werd later uitgenodigd om in Gendringen mee te doen aan de wedstrijd. Een maat van hem zei vooraf: ‘Ik ga een héle zware wedstrijd organiseren.’ En dat heeft Peter geweten. “Ik had het enorm zwaar bij een hindernis waarbij je vanuit het water moest klimmen en vervolgens de brug op. Het was ijskoud die dag. Ik had het al drie keer geprobeerd en elke keer viel ik weer terug het water in. Toch wilde ik nog één poging doen, want ik wilde per se mijn bandje behouden. Toen zei iemand van de EHBO tegen mij: ‘Als je nu niet gaat rennen, haal ik je uit de wedstrijd.’ Ik zat zó te rillen en te klappertanden dat ik mijn bandje uiteindelijk toch maar heb ingeleverd. Bij de finish hoorde ik later dat slechts zes atleten van de vijftig deelnemers hun bandje hadden weten te behouden, maar toch heb ik ervan genoten. Het was een prachtige wedstrijd met mooie uitdagingen.”

De wedstrijden boden ook enorm veel inspiratie om te trainen en om bij de club zelf hindernissen te bouwen. Zo is Peter trainer geworden bij survivalruntrainingsgroep Hellas in 1992 en later bij FitZeist in 1996.

Wat Peter ook is bijgebleven uit die begintijd van survivalrun, is dat ineens de ‘korte touwtjes’ verschenen. “Daar leverden ook veel atleten hun bandje in. Een jaar later: bijna niemand meer.” En zo staan er mooie survivalruns en hindernissen in zijn geheugen gegrift. “Ik herinner me ook nog een keer Beltrum, een run van zo’n 25 kilometer. En een run met, zeker voor die tijd, echt zware hindernissen. Als je die vergelijkt met toen, zijn de hindernissen tegenwoordig écht zwaarder geworden. Bijvoorbeeld: vroeger was één hindernis, één swingover. Nu is één hindernis vaak minstens drie swingovers. Na die 25 km in Beltrum weet ik nog dat ik drie weken geen zin had om te trainen. Ik was echt diep gegaan, zeker voor mijn doen dan.”

“Elke wedstrijd was destijds een avontuur. Eerst was het: behoud ik mijn bandje? Later werd het: kan ik een redelijke klassering bereiken? En tegenwoordig is het voor mij weer: kan ik mijn bandje behouden? De uitdaging is om de balans te vinden tussen belasting en belastbaarheid, dat merk ik de laatste tijd steeds meer. En wat deze sport ook zo mooi maakt: de atleten. Het is gewoon een fijn soort mensen. Niet zeuren, gewoon gáán. Geen schuld afschuiven, maar de oorzaak bij jezelf zoeken. Dat alles maakt het nog steeds meer dan de moeite waard om op deze gezellige manier meer dan fit te blijven.”