Niet te stoppen: Teatse Tichelaar (70) aan de start in Harreveld

Niet te stoppen: Teatse Tichelaar (70) aan de start in Harreveld

Dat survivalrun echt voor iedereen is, bewijst Teatse Tichelaar. In 1992 stond hij voor het eerst aan de start van een survivalrun in Gendringen en binnenkort doet hij in Harreveld mee aan de KSR – kort nadat hij op 30 mei maar liefst zeventig kaarsjes heeft uitgeblazen. Een geweldige prestatie! In een interview met de SBN vertelt hij over zijn jarenlange betrokkenheid bij de sport én deelt hij het geheim achter zijn fitte survivalrun-leven.

“Pffff… dat was wel pittig, hoor!” We spreken Teatse een dag na De Knipe, waar hij – na jaren – weer eens aan de start stond van een LSR. “De Knipe is praktisch bij mij om de hoek en mijn trainingsmaatjes van de zondagochtend deden ook mee, dus ik dacht: ik ga de uitdaging ook weer eens aan. Mijn laatste LSR was in Harreveld 2017 en de afgelopen jaren heb ik eigenlijk alleen maar KSR’s gedaan. Dus dit was wel weer even aanpoten.”

En het was zwaar, vertelt Teatse met een glimlach. “Het was een pittig parcours, waarbij je twee keer hetzelfde rondje doet, vol zware hindernissen. In het begin ging het goed, ik voelde me fris – tot ik ongeveer op een derde van mijn tweede ronde zat. Toen begon de verzuring in mijn armen en voelde ik de kracht wegvloeien. Ja, dat hoort ook bij de leeftijd. De spiervezels nemen langzaam af en dat merkte ik wel. Je hebt minder kracht dan vroeger.”

Toch gaf hij niet op. “Ik zag een trainingsmaatje en dacht: dan lever ik liever mijn bandje nu in en loop ik met hem mee. Ik had geen zin om weer achter aan te sluiten en hindernissen eindeloos over te doen. Maar ja, ik ben te veel survivalrunner om daarna zomaar een hindernis over te slaan, dus ik wilde die uitdaging toch nog aangaan. En dat ging best goed! Ik heb alsnog binnen vier uur bijna alle hindernissen gedaan én de bel gehaald. Wel zonder bandje, maar ik heb absoluut geen spijt dat ik heb meegedaan. Sterker nog, ik was fysiek en mentaal fitter dan ik had gedacht. En dat terwijl ik bijna zeventig word!”

“Survivalrun, wat een sport!”
We gaan terug naar 1992. Teatse, een fanatiek triatleet in de zomer, is op zoek naar een sport waarmee hij ook in de winter actief kan blijven. Terwijl hij door het tijdschrift Runners bladert, valt zijn oog op een opvallende foto: Jan Maarse, één van de grondleggers van onze sport, met een balk op zijn schouders, rennend door een sloot. Eén blik was genoeg. “Deze sport moest ik uitproberen”, vertelt Teatse. “Maar goed, het waren de vroege jaren ’90. Er was nog geen internet, dus ik had geen idee wat ik kon verwachten van die eerste survivalrun in Gendringen.”

Teatse schreef zich in voor de recreantenklasse C — toen nog een afstand van maar liefst 27 kilometer, met hier en daar een hindernis. “Ik was blij dat ze in de sporthal beelden lieten zien van de verschillende hindernissen die je onderweg zou tegenkomen. De postmanswalk? Daar had ik nog nooit van gehoord. Dankzij die beelden wist ik tenminste een beetje wat de bedoeling was.” Hij deed de survivalrun, haalde de bel en een wereld ging voor hem open. “Wat een sport! Ik was meteen helemaal verknocht. Maar het waren natuurlijk hele andere tijden. Survivalrun zat toen vooral in de Achterhoek en er was geen trainingsgroep in de buurt van Friesland. Dus bleef ik me vooral focussen op triatlon (Teatse deed vijf keer de hele van Almere), met af en toe een uitstapje naar de Achterhoek voor een survivalrun. Ik werd wel gelijk lid van de net opgerichte bond met lidnummer 107.”

Dat veranderde in 1996, toen Henk Weerstra met een aantal mannen ging trainen in Leeuwarden en Teatse hiervoor uitnodigde. “Het begon met een groepje van acht à negen mannen, als onderdeel van de atletiekvereniging. Uiteindelijk groeide dat uit tot de zelfstandige Survival Vereniging Leeuwarden met een prachtige trainingslocatie. Dat was ook het moment waarop ik besloot me steeds meer te richten op survivalrun en minder op triatlon.”


 Foto van Simon in ’t Veld


Fanatiek

Teatse kreeg al snel de smaak te pakken. Wat begon als een nieuwsgierige kennismaking met een nieuwe sport, groeide uit tot een ware passie. Naarmate survivalrun bekender werd in Nederland, nam ook het aantal wedstrijden toe — en Teatse was er graag bij. “Het is prachtig om te zien hoe groot survivalrun inmiddels is geworden”, vertelt hij enthousiast. “Dat is echt niet te vergelijken met die eerste survivalruns in de pionierstijd. Dat waren geweldige jaren, begrijp me niet verkeerd, maar we waren toen de sport nog echt aan het ontdekken.”

In die beginjaren was alles kleinschaliger en minder professioneel. De hindernissen werden vaak ter plekke opgebouwd, trainingsfaciliteiten waren schaars en veel deelnemers leerden al doende. “Tegenwoordig is dat totaal anders. Als ik nu zie hoe de landelijke toppers letterlijk door de hindernissen vliegen, dan denk ik: wauw, dat is zó anders dan in mijn begintijd. Ik was al in de dertig toen ik begon. Nu starten de besten vaak al als jeugd-survivalrunner en leren ze op jonge leeftijd de juiste technieken.” Toch blijft ook Teatse zichzelf ontwikkelen, zelfs na al die jaren. “Als ik zie hoe zo’n jonge survivalrunner een hindernis aanvliegt, denk ik: oooh kan het zo ook, dat ga ik ook eens proberen! Misschien ben ik wat jaartjes ouder, maar je kunt altijd blijven leren. Dat vind ik juist het mooie aan deze sport: je wordt uitgedaagd, fysiek én mentaal.”

Dat fanatisme heeft hem altijd gedreven. “Ik kon vroeger echt boos op mezelf worden als ik een fout maakte tijdens een survivalrun”, bekent hij lachend. “Dan bleef ik daar nog dagen over nadenken: had ik dit niet anders kunnen doen? Ik was altijd op zoek naar die perfecte run — foutloos, strak, technisch goed en natuurlijk met mijn bandje binnen. En eerlijk gezegd ben ik dat nog steeds. Ik wil het maximale eruit halen, iedere keer weer.”

En dat vuur is nog lang niet gedoofd. “Competitiedrang? Die heb ik nog steeds hoor. Ik wil nog altijd zoveel mogelijk survivalrunners achter me laten. Dat motiveert me elke keer weer als ik aan de start sta. Het geeft me energie, het houdt me scherp — en het zorgt ervoor dat ik blijf trainen, blijf proberen, blijf genieten. Bovendien is er een vorm van urgentie. Ik weet niet hoe lang ik dit nog volhoud, dus wil ik er nog zoveel mogelijk lopen.”

Fit blijven
Sport loopt als een rode draad door het leven van Teatse. In zijn jongere jaren rookte hij nog en ging hij regelmatig op kroegentocht. Maar op een gegeven moment besloot hij het roer om te gooien en te kiezen voor een gezonder leven. Hij begon op zijn twintigste met karate, stapte daarna over op hardlopen, deed aan buitenatletiek, triatlon en krachttraining – en uiteindelijk vond hij zijn plek in de survivalrun. “Mijn grote liefde”, zoals Teatse zelf zegt.

“Voor mij is sporten nooit een ‘moetje’ geweest”, vertelt hij. “Het is altijd iets geweest wat ik met veel plezier deed. Wat mijn geheim is om op mijn leeftijd nog zo fit te zijn? Ik heb veertien jaar als fitnessinstructeur in een sportcentrum gewerkt, waar ook Les Mills-groepslessen werden gegeven. Dat zijn trainingen op muziek. Jarenlang heb ik als instructeur BodyPump (full-body krachttraining), RPM intervalfietsen en Core verzorgd en ik doe deze trainingen zelf nog steeds. Ze dragen bij aan mijn fitheid. Soms val ik in als instructeur bij een plaatselijke sportschool.”

Zijn weekschema liegt er niet om: “Ik doe twee keer per week een Pump-krachttraining, één keer de Rpm, één keer coretraining  en één uur yoga van Les Mills. Daarnaast loop ik vier keer per week hard, train ik twee keer per week voor survivalrun en fiets ik buiten ook nog regelmatig. En als voorbereiding op een eventuele achtste triatlon, zwem ik ook nog wel eens. Variatie in training is super belangrijk.” Mensen staan vaak versteld als ze horen hoe oud Teatse is. “Dan hoor ik: ‘Dat had ik niet gedacht!’ – en dat zie ik als een compliment. Ik ben het bewijs dat je op deze leeftijd nog prima mee kunt doen met survivalruns. Als je maar regelmatig traint, fit blijft, op je voeding let, goed slaapt, stress vermijdt en op tijd naar je lichaam luistert.”

Maar voor hem draait het niet alleen om het fysieke; ook het sociale aspect speelt een belangrijke rol. “Wat onze sport zo bijzonder maakt is het community gevoel. Door de jaren heen heb ik zó veel mensen leren kennen. Het is elke keer weer gezellig om bij te praten tijdens de survivalruns. Je ziet bekende gezichten, maakt een praatje op het start- of finishterrein en moedigt elkaar onderweg aan. Die verbondenheid maakt het echt speciaal. Het is meer dan een sport; het is een gemeenschap waarin iedereen zich welkom voelt.”

Harreveld
Teatse hoopt nog lang te kunnen survivalrunnen. “Dit is zo’n geweldige sport – een échte nationale sport. Hoe bijzonder is dat! En ik ben ook dankbaar voor de steun die ik krijg, zoals van mijn sponsor Survivalmaterialen.nl/Sportbalance.nl van Herbert en Bianca Rougoor. Geweldig toch, dat ik op mijn leeftijd nog een sponsor heb die mij voorziet van bijvoorbeeld kleding en schoenen? Daar ben ik enorm dankbaar voor.”

En de volgende uitdaging wacht al op hem. Op 15 juni staat de survivalrun in Harreveld op het programma – zijn eerste survivalrun als zeventiger en zijn achtste KSR van het seizoen. Het voorseizoen moest hij aan zich voorbij laten gaan vanwege een hartprobleem, maar inmiddels is hij weer topfit. En hij heeft er nu al zin in. “Ik heb Harreveld al vaak gelopen en het is echt één van mijn favoriete survivalruns. Ook omdat het weer daar vaak goed is. Ik ben namelijk geen liefhebber van kou – dan krijg ik last van het ‘dode-vingers-syndroom’ en wordt klimmen toch echt een stuk lastiger. Survivalruns in de lente en zomer, met een lekker zonnetje, liggen mij dus beter.”

Maar het is niet alleen het weer dat Harreveld zo geliefd maakt. “De sfeer is er altijd top. En als de LSR in De Knipe me één ding heeft geleerd, is het dat ik er fysiek en mentaal nog goed voorsta. Ik kijk ernaar uit om het seizoen mooi af te sluiten – en stiekem ook alweer uit te kijken naar het nieuwe seizoen. In september beginnen we gewoon weer opnieuw als eerstejaars 70-plusser. Heerlijk toch!”