Wat een seizoen heeft Kerst Wind achter de rug! De survivalrunner kroonde zich tot ONK KSR én MSR-kampioen bij de 40+ en wist daarnaast ook de klassementen in de KSR, MSR en LSR 40+ op zijn naam te schrijven. Een indrukwekkende reeks prestaties die laat zien dat ervaring en fitheid een ijzersterke combinatie vormen. We spraken Kerst over zijn succesvolle seizoen, de mooiste momenten en natuurlijk de vraag: wat was het geheim achter zijn succes?
Het antwoord op die laatste vraag blijkt verrassend genoeg planning te zijn. Al voordat het seizoen 2025/2026 begon, had Kerst een duidelijk doel voor ogen. Hij wilde voldoende wedstrijden lopen om mee te kunnen strijden om de verschillende klassementen, maar tegelijkertijd voorkomen dat hij zichzelf voorbij zou lopen. Daarom bekeek hij samen met zijn vriendin de wedstrijdkalender nauwkeurig. Daarbij werd niet alleen gekeken naar welke wedstrijden hij zou lopen, maar vooral ook naar de volgorde waarin hij ze zou afwerken. Kerst legt uit: “Hierbij hebben we ook gekeken naar de juiste afwisseling. Niet twee weekenden achter elkaar een LSR, maar bijvoorbeeld eerst een LSR, dan een KSR, vervolgens een MSR, weer een KSR en daarna weer een LSR.” Herstel was daarbij minstens zo belangrijk als het aantal wedstrijden. “Ik ben nu eenmaal geen twintig meer, dus mijn lichaam heeft tijd nodig.”
Die aanpak bleek uitstekend te werken. Hoewel een knieblessure opgelopen tijdens de wintersport ervoor zorgde dat Kerst twee wedstrijden aan zich voorbij moest laten gaan, kende hij een seizoen om van te dromen. Hij kroonde zich tot Nederlands kampioen op zowel de KSR als de MSR bij de 40+ en wist bovendien de klassementen van de KSR, MSR en LSR 40+ op zijn naam te schrijven. Zijn prestaties bleven echter niet beperkt tot zijn eigen leeftijdscategorie. Ook in het algemene LSR-klassement wist hij zich tussen de jongere toppers te nestelen. Uiteindelijk hoefde hij slechts twee mannen voor zich te dulden, goed voor een knappe bronzen plek.

Luisteren naar je lichaam
Achter die prestaties schuilt geen geheim trainingsprogramma, maar vooral consistentie. Kerst weet inmiddels wat zijn lichaam nodig heeft en probeert daar zo goed mogelijk naar te luisteren. Dat betekent niet alleen dat hij zijn trainingen afstemt op wat zijn lichaam aankan, maar ook dat hij bewust met zijn voeding omgaat. Zo zorgt hij ervoor dat zijn lichaam de juiste brandstof krijgt. Ook gaat hij ongeveer één keer per maand naar de fysio om de boel scherp te houden. Die aandacht voor herstel betekent overigens niet dat Kerst het rustig aan doet. Zijn trainingsweek is behoorlijk gevuld: één tot twee keer krachttraining, één tot twee keer survivalrun-training en twee keer hardlopen. Als het even kan, maakt hij daarnaast tijd voor een zwemsessie of stapt hij op de fiets.
Het doel van al die trainingen is helder: fit en competitief blijven. En dat competitieve zit er bij Kerst nog altijd stevig in. Kerst, die in 1977 ter wereld kwam, heeft inmiddels de nodige jaren op de teller. Toch verdwijnen die leeftijdsgrenzen naar de achtergrond zodra het startschot klinkt. Sterker nog: juist het feit dat hij het als 40-plusser nog steeds kan opnemen tegen de jonge mannen in de top, maakt het voor hem extra mooi. “In de top-10 eindigen overall is vaak wel mijn doel als ik aan de start sta. Maar ik kan het ook wel accepteren als ik een goede run loop en het bijvoorbeeld een dertiende plek wordt. Dan zat er die dag gewoon niet meer in.”
Dat hij zich tussen de jonge toppers kan handhaven, geeft hem zichtbaar plezier. “Ik vind het mooi om met mannen als Jelmer Oudenaller en Timo Redder mee te komen.” En soms levert dat leeftijdsverschil zelfs mooie momenten op. “Ik weet nog dat ik hoorde van iemand dat ze vroeger net zo goed wilde zijn als ik. En nu starten we samen in dezelfde startgroep. Dat is prachtig, toch?”
Misschien is dat wel precies wat Kerst zo mooi vindt aan survivalrun: naarmate de jaren verstrijken, verandert de concurrentie, maar de uitdaging blijft. Hij hoeft geen twintig meer te zijn om mee te strijden om de prijzen. Hij wil vooral weten hoe ver hij zichzelf nog kan uitdagen en of hij die jonge gasten nog altijd een beetje pijn kan doen.
Verrast op de KSR
Terugkijkend op het seizoen is Kerst vooral tevreden, maar ook enigszins verrast door zijn eigen prestaties. Met name op de KSR liet hij zien dat hij daar inmiddels uitstekend uit de voeten kan. En dat terwijl Kerst de kortere, explosieve wedstrijdvorm pas sinds twee seizoenen loopt. Eigenlijk kwam hij er een beetje bij toeval mee in aanraking, nadat hij een sleutelbeenfractuur had opgelopen. De KSR bleek een mooie manier om het survivalrunnen weer op te pakken en zijn lichaam opnieuw te belasten.
Aanvankelijk had hij zo zijn twijfels. Was dat explosieve werk wel iets voor hem? En zou zijn lichaam het aankunnen? Inmiddels heeft hij daar zelf een duidelijk antwoord op gekregen. De resultaten spreken voor zich. De KSR blijft tegelijkertijd een discipline waarin de kleinste fout grote gevolgen kan hebben. “Het is echt secondewerk. Eén foutje en dat kost je zomaar heel wat plaatsjes in de ranking.” Bovendien is het deelnemersveld groter, waardoor de concurrentie moordend is.
Toch blijft zijn favoriete afstand de LSR. Niet alleen omdat hij die afstand al jarenlang loopt en er inmiddels een flinke dosis ervaring in heeft opgebouwd, maar ook omdat juist daar voor Kerst alles samenkomt wat hij mooi vindt aan survivalrun: de langere afstand, het fysieke afzien en het zoeken naar de juiste verdeling van kracht en tempo. “Dat is voor mij de charme van survivalrun.”
Na zo’n twintig minuten heeft hij meestal wel een idee hoe de wedstrijd zich gaat ontvouwen. “Dan weet ik wel of het goed gaat komen of dat het een lastige run wordt.” Vervolgens is het een kwestie van blijven gaan: kilometers maken, hindernissen overwinnen en vertrouwen op de ervaring die hij in al die jaren heeft opgebouwd.
Juist daarom was het jammer dat hij afgelopen seizoen niet helemaal fit aan de start kon verschijnen van het ONK LSR in Beltrum. Op de wedstrijd waar hij als liefhebber van de LSR juist graag goed voor de dag wil komen, was hij grieperig en moest hij daarom de strijd vroegtijdig staken. Het was daarmee misschien wel het enige kleine smetje op een seizoen waar Kerst verder met veel tevredenheid op terugkijkt.
Van judo naar een apenhang over de sloot
Dat Kerst ooit zou uitgroeien tot één van de meest succesvolle survivalrunners van zijn generatie, had hij in 2002 nog onmogelijk kunnen bedenken. Via zijn judogroep kwam hij dat jaar voor het eerst met de sport in aanraking. Een aantal van zijn judomaten vertelde dat ze mee zouden doen aan een groepsrun in Leeuwarden. Survivalrun? Dat wilde Kerst wel eens met eigen ogen zien. Hij reisde naar Leeuwarden en zag daar waar zijn judomaten zich aan hadden gewaagd: sloten, touwen, klimmen en hakken. Het weer werkte die dag bepaald niet mee. De regen viel met bakken uit de lucht en het was ronduit snertweer. Voor Kerst werkte dat echter eerder motiverend dan afschrikwekkend. “Het zag er zwaar uit, maar juist dat sprak me aan. Ik dacht meteen: dit is wel iets voor mij.” Zijn conclusie was duidelijk: het jaar erop wilde hij zelf aan de start staan.
Maar dan wel goed voorbereid. Dus begon hij alvast te trainen. Met een zelfgemaakte apenhang over de sloot en de nodige stukjes hardlopen legde hij de eerste basis. Niet veel later hoorde hij van een trainingsgroep in Vollenhove en sloot hij zich daarbij aan. Kerst was verkocht. En dat ene bezoek aan Leeuwarden bleek het begin van een inmiddels bijna 25 jaar durende liefde voor de sport.
Dat juist Leeuwarden zo’n bijzondere plek inneemt in het survivalrun-verhaal van Kerst, bleek afgelopen seizoen opnieuw. In 2003 won hij daar zijn eerste wedstrijd, een korte survivalrun van acht kilometer. Een jaar later schreef hij in Leeuwarden ook zijn eerste RUC op zijn naam. Juist daarom kreeg zijn prestatie van afgelopen seizoen op de LSR daar extra betekenis. “Ik haalde Teun Geessinck in bij de LSR en liep toen even op kop. Dat vond ik wel bijzonder. Dat ik na zoveel jaar, op de plek waar ik ooit mijn eerste RUC won, opnieuw vooraan liep… dat is toch wel heel mooi. Ik hield de koppositie helaas niet vast, maar ook op die derde plek ben ik erg trots.”

Als derde bij de bel in Leeuwarden
Moe, voldaan en toch alweer vooruitkijken
Na een seizoen met maar liefst 24 survivalruns was het voor Kerst ook wel even genoeg. “Moe maar voldaan”, zo kijkt hij terug. “Het was een mooi seizoen, maar op een gegeven moment was ik er ook wel klaar mee. 24 wedstrijden is gewoon veel. Je bent bijna ieder weekend weg en daar gaat best veel tijd in zitten. Ik heb het er graag voor over, maar er moet natuurlijk ook tijd overblijven voor andere dingen, zoals mijn kinderen. Daarom doe ik het dit seizoen wat rustiger aan. Ik wil blijven sporten en wedstrijden lopen, maar het hoeft niet meer zo vol te zitten als afgelopen seizoen.” En soms is survivalrun juist de manier om sport en gezin te combineren. Zo stond hij in Grootebroek samen met zijn zoon aan de start van de koppelrun.
Dit seizoen heeft bovendien iets bijzonders: het is zijn laatste seizoen in de 40+-categorie. Vanaf volgend seizoen staat Kerst als vijftigplusser aan de start. Een nieuw veteranenklassement, maar zeker geen reden om stil te gaan zitten. Er liggen alweer nieuwe doelen op de loer. Zo wil Kerst aan het einde van het seizoen een triatlon doen. Daarvoor zal dus ook getraind moeten worden. Dat betekent overigens niet dat hij de survivalruns helemaal op een lager pitje zet. Zo slaat hij de ONK’s in ieder geval niet over. Daar zal Kerst gewoon weer aan de start staan.
De kracht van survivalrun
Na 25 jaar is de vraag misschien wel niet meer waarom Kerst nog altijd aan de start staat, maar vooral waarom hij er ooit mee zou stoppen. Het antwoord ligt in meer dan alleen de sportieve uitdaging. Natuurlijk wil Kerst presteren, zichzelf meten met anderen en kijken hoe ver zijn lichaam hem brengt. Maar survivalrun is voor hem veel meer dan een strijd tegen de klok. “Het mooie is dat er zoveel meer bij komt kijken. Natuurlijk wil ik zo hard mogelijk gaan en kijken waar ik sta ten opzichte van de anderen. Maar ik geniet ook van de sfeer, de mensen en het hele gebeuren rondom een wedstrijd. Dat is in 25 jaar eigenlijk nooit veranderd. Zolang ik daar plezier uit haal en mijn lichaam het blijft doen, zie ik ook geen reden om te stoppen.”
Juist die combinatie maakt dat Kerst na zoveel jaar nog altijd met plezier zijn schoenen aantrekt, het startvak instapt en zich opnieuw in de modder, sloten en touwen stort. En zolang hij het mooi vindt om de strijd aan te gaan met de mannen van nu, zal Kerst Wind waarschijnlijk nog wel even blijven survivalrunnen.