Het was een complete verrassing: op 25 april werd Stef Beunk onder valse voorwendselen naar het gemeentehuis gelokt. Daar wachtte hem een bijzondere eer. De Koning heeft het behaagd Stef te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau — een waardering voor zijn tomeloze inzet om survivalrun in Nederland op de kaart te zetten en voor zijn pionierswerk bij de introductie van een nieuw veeras in Nederland, de zogenaamde Fleckvieh koe. En niet te vergeten zijn samenwerking met Harm Terbraak. Harm heeft een beperking en samen gaan ze houtkloven.
“Ik had nooit kunnen bedenken dat survivalrun zó groot zou worden”, blikt Stef terug. Wat begon als een spontane actie van vriendenclub de Losse Flodders in het Achterhoekse Beltrum, groeide uit tot een landelijke sport met nu zo’n 16.000 survivalrunners, meer dan 45 wedstrijden per jaar en rond de 90 trainingsgroepen verspreid over heel Nederland.
Samen met Jan Maarse legde Stef in de jaren ’80 de basis voor wat we nu kennen als survivalrun. In die tijd organiseerde vriendengroep De Losse Flodders allerlei ludieke evenementen: van boerendagen tot kamelenraces. Een jaarlijks terugkerend spektakel was de slipjacht in het eerste weekend van januari. “Ruiters volgden dan met hun paarden het vossenspoor dat was uitgezet”, vertelt Stef. Tijdens het organiseren van die slipjacht ontstond het idee: wat als we zoiets soortgelijks doen, maar dan voor lopers die hindernissen moeten trotseren? Zo stonden al snel 25 sportvrienden klaar om dat avontuur aan te gaan — met slootlopen, boomstamklimmen en het dragen van zware zandzakken. “Je moet het zo zien: we hadden niet veel middelen, maar des te meer enthousiasme.”

Rode bandje
Ieder jaar groeide het aantal deelnemers en zag Stef het fanatisme toenemen. “Dat was geweldig om te zien, maar toen kwam de vraag: hoe controleer je of iemand een hindernis goed heeft gedaan? We wilden geen afvalrace zoals op tv bij Survival of the Fittest. Het moest een wedstrijd zijn waarin iedereen de kans krijgt om de finish te halen — maar wel eerlijk.”
En toen kreeg Stef een ingeving, geïnspireerd door zijn werk in de veehouderij. “Ik zag daar koeien met een rood bandje. Dat bandje gaf aan dat ze net gekalfd hadden en daarom nog biestmelk gaven. Ik dacht: dat kunnen wij ook gebruiken!” Zo werd het iconische rode bandje geboren: elke deelnemer begint de survivalrun met een bandje. Wie een hindernis niet goed uitvoert, moet zijn bandje inleveren. Het ultieme doel? Met bandje de bel halen. “Dat bandje is sindsdien het symbool geworden van doorzettingsvermogen en eerlijke strijd.”
Groeien
Om de sport verder te ontwikkelen, werd Stichting Survivalrun Beltrum opgericht. Het deelnemersaantal groeide gestaag: van 25 naar 50, naar over de 100 — en al snel volgden omliggende dorpen zoals Zelhem en Gendringen met hun eigen survivalruns. “En daar verdient Eddy te Woerd echt een pluim voor”, benadrukt Stef. “Bij elke survivalrun stond hij daar, samen met zijn gezin en de promo-wagen, om de sport te promoten en te laten groeien. Jan en ik waren dan wel de bedenkers, maar Eddy heeft de sport grootgemaakt in Nederland en internationaal.”
“Die pioniersjaren waren echt geweldig”, vertelt Stef met een lach. “We zagen stap voor stap hoe de sport groeide — van een wilde ingeving tot een serieuze discipline met duizenden deelnemers. Maar het mooiste was misschien nog wel de sfeer. Het was altijd zó gezellig met iedereen. We werkten hard, maar hadden vooral ontzettend veel lol en enthousiasme.”
Hij vervolgt: “Nog altijd, als ik die inmiddels wat oudere mannen tegenkom — want veel zijn nog altijd betrokken bij de sport of hangen zelfs nog in de touwen — praten we over die beginjaren. Van ‘weet je nog toen’. Die beginjaren, het pionieren — dat was een prachttijd.”

Betrokkenheid
Stef is door de jaren heen in allerlei rollen actief geweest binnen de survivalrunwereld. Zo was hij jeugdtrainer, omroeper, bestuurslid en commissielid van Stichting Survivalrun Beltrum én enkele jaren voorzitter van de SBN. Ook nu nog is Stef betrokken bij de sport. “Als hulptrainer van jeugdtrainingen kan ik bijspringen waar nodig. De hoofdtrainer doet het echte zware werk, zoals het voorbereiden van de trainingen en ik ondersteun waar ik kan. Dat vind ik nog steeds geweldig om te doen — vooral om te zien hoe die jeugdige survivalrunners genieten van deze sport.”
Zijn enthousiasme voor de sport is nooit verdwenen, en als hij terugblikt op het begin, spreekt er vooral veel trots uit. “Toen we survivalrun bedachten, hadden we nooit kunnen voorspellen dat het zou uitgroeien tot een sport die nog elk jaar groeit in populariteit. Maar als je kijkt wat deze sport allemaal in zich heeft… het is echt uniek. Je gebruikt je hele lichaam, maar het draait niet alleen om kracht. Het is vooral een sport van doorzettingsvermogen. De geest is sterker dan het lijf. Ik geloof echt: als je vastbesloten bent om die bel te halen, dan krijgt je geest je lichaam zover dat je het redt. En lukt het deze keer niet, dan lukt het de volgende keer wél.”

Toch ging de ontwikkeling van de sport niet zonder uitdagingen. In de beginjaren was er één grote vraag: hoe maak je survivalrun toegankelijk voor iedereen? “We wilden niet dat het te zwaar werd. Het moest haalbaar zijn voor mannen, vrouwen én jeugd. En ik denk dat we daar goed in zijn geslaagd. Nu kan iedereen meedoen op zijn of haar eigen niveau — en toch dezelfde kick ervaren. Ik kan genieten van hoe de toppers door de hindernissen zwieren, maar ook van het drama achterin. Die doen er twee keer zo lang over om met bandje de bel te halen — over doorzettingsvermogen gesproken! Echt diep respect!”
Koninklijke onderscheiding
Stef zit ook in de sponsorcommissie van Survivalrun Beltrum. Via die rol werd hij op ingenieuze wijze naar het gemeentehuis gelokt. Op vrijdag 25 april had hij een sponsorgesprek in Borculo, bij FrieslandCampina, omdat zij interesse zouden hebben om de survivalrun in Beltrum te sponsoren. Het gesprek verliep zoals verwacht: prima en zakelijk. Stef voerde het gesprek samen met Patrick Terbraak uit de sponsorcommissie.
Na afloop vertelde Patrick dat hij nog even naar het gemeentehuis aan de overkant moest, omdat hij daar een afspraak had over het verwijderen van eikenprocessierupsen. Geen reden tot argwaan, vond Stef. Totdat hij in de hal de burgemeester zag staan. “Ik zei nog voor de grap: ‘Je staat toch niet op mij te wachten?’ En toen bleek: ja dus! En toen zag ik mijn vrouw staan, die begon te lachen en vertelde me dat ik een lintje kreeg. Het was alsof ik in een film belandde die zich recht voor mijn ogen afspeelde — ik moest het allemaal nog op me in laten werken.”
Natuurlijk is Stef vereerd met de Koninklijke onderscheiding, maar hij benadrukt dat hij deze erkenning zeker niet alleen draagt. “Er zijn genoeg mensen binnen de survivalrun die dit lintje net zo goed verdienen, want ik heb het absoluut niet in mijn eentje gedaan. Deze onderscheiding voelt voor mij ook als een blijk van waardering voor álle vrijwilligers die hun schouders eronder hebben gezet. We hebben dit samen gedaan. En ik maak iedereen die mij toen én nu helpt bij het verder ontwikkelen van deze sport, deelgenoot van dit lintje.”
Daarnaast wil Stef zijn vrouw en kinderen niet vergeten: “Zij hebben me al die jaren de ruimte en het begrip gegeven om zoveel tijd en energie in survivalrun te steken. Zonder hun steun was het nooit gelukt. Voor mij blijven mijn gezin, de koeien en survivalrun de mooiste zaken van het leven.”
Tot slot past ook een woord van dank aan Stef zelf. Want al noemt hij het “niets bijzonders”, het is juist zijn enthousiasme, inzet en jarenlang plezierige betrokkenheid die voor velen het verschil hebben gemaakt. “Voor mij voelde het nooit als een verplichting”, zegt Stef. “Ik deed het omdat ik erin geloofde en omdat het gewoon ontzettend leuk is om samen iets moois neer te zetten.”
