Dit jaar viert de SBN haar 35-jarig jubileum. Een mijlpaal die niet alleen draait om jaren, maar vooral om mensen, sportiviteit en onvergetelijke momenten. Om die reden gaan we terug naar het begin. Naar de eerste-uurleden die erbij waren toen survivalrun nog in de kinderschoenen stond. In dit laatste deel vertelt Erik de Heer over zijn eerste herinneringen aan de sport.
Erik de Heer (SBN-lidnummer 38)
“Dat is dwaas… maar zó leuk. Ik doe mee!”
Voor Erik de Heer begon alles met een flyer aan de muur van het politiebureau in Utrecht. “Dat was in 1992, de survivalrun in Gendringen. 27 kilometer hardlopen met een rugzak dwars door moerasgebied, diverse uitdagende touwbanen en hindernissen, een sprong van de brug, kajakken, abseilen van de watertoren, een toggel van een brandweerkraan en houthakken”, somt hij op. Zijn eerste reactie was meteen: “Dat is dwaas, maar zó leuk, ik doe mee!”
Met zijn achtergrond in atletiek en ervaring met hindernisbanen voelde het als de perfecte combinatie. “Ik mocht starten in het Top Survival Circuit in de C-categorie. Daar begon je en kon je het seizoen erop promoveren naar de B-categorie en daarna weer naar de A-categorie. Het leuke was dat iedere categorie wel gewoon hetzelfde parcours en hindernissen deden en uitgerekend dat jaar de opnames werden gemaakt voor programma: ‘Survival of the fittest’. Het was een prachtige ervaring en ik merkte dat ik hier goed in kon zijn.”
De eerste kilometers maakten meteen indruk, letterlijk en figuurlijk. “Ik heb nog steeds een lichte verkleuring op mijn rug”, vertelt Erik, “ontstaan doordat we in die eerste runs moesten lopen met een rugzak vol grind.” Zijn eerste run verliep bovendien niet vlekkeloos. “Ik verloor als enige keer in al die jaren mijn rode bandje bij de Postmanswalk. Het lukte mij niet na drie pogingen, en waarschijnlijk door de drukte was het toen einde verhaal, ook al had je toen ook onbeperkte pogingen.” Toch liet Erik zich hierdoor niet uit het veld slaan. Hij bleef zich ontwikkelen en stroomde uiteindelijk door van de C- en B-categorie naar de TSC A-categorie. In 1996 liep hij opnieuw de run in Gendringen, de plek waar hij dus vier jaar eerder zijn eerste run had gelopen. Dit keer met een heel ander resultaat: hij behaalde er de derde plaats op het NK TSC, achter Jan Maarse en Frank Klein Gebbink.
En zijn enthousiasme voor de sport bleef groeien: “Ik ben direct begonnen als vrijwilliger en het geven van trainingen.” Inmiddels doet hij dat al ruim 34 jaar bij zijn eigen Hang On trainingsgroep, die niet meer weg te denken is uit de sport. “In het logo van de club is een foto van mij verwerkt uit de beginperiode.”

Doorzetten
Zijn herinneringen aan de beginjaren zijn talrijk. “Ik keek enorm op tegen grondleggers als Jan Maarse en Stef Beunk.” Juist daarom is hem een bijzonder moment bijgebleven uit, naar hij zich herinnert, 1997. Tijdens een survivalrun in Neede lukte het hem voor het eerst om vóór deze twee mannen te finishen. “Dat waren mannen tegen wie ik altijd enorm opkeek. Dat ik hen op een gegeven moment voor kon blijven, was voor mij dan ook heel bijzonder.” Die run in Neede staat hem ook om een andere reden bij: het was een loodzware wedstrijd. “Dat was de editie waar alle hindernissen onderlangs moesten. Iedereen had zulke verzuurde armen dat je atleten op hun kop zag hangen met de armen naar beneden om te herstellen.”
Een tweede ervaring die hem diep bijblijft, is zijn strijd tegen alvleesklierkanker. “Normaal liep ik altijd de langste afstanden, maar na mijn tweede operatie begon ik voorzichtig weer bij de recreanten in Harreveld.” Dat viel op binnen de survivalrun-gemeenschap. Naar aanleiding daarvan ontving hij van de SBN een RUC-licentie en hielp hij Eddy ten Woerd met de actie Survival for Life. Tijdens dat RUC-seizoen beleefde Erik een bijzonder sportief hoogtepunt. “Ik wist onder andere de run van Steenbergen te winnen.” Hij eindigde dat seizoen op een knappe vierde plaats in het totaalklassement. Maar zijn medische strijd was daarmee nog niet voorbij. “Uiteindelijk moest ik nog twee operaties en levensverlengende behandelingen ondergaan vanwege alvleesklierkanker.” Ook daarna bleef Erik actief in de sport en boekte hij successen. Zo is hij er trots op dat hij bij de 50-plussers drie jaar achter elkaar de LSR-wisselbokaal wist te winnen. Zijn ervaringen hebben zijn kijk op het leven en de sport blijvend beïnvloed. “Ik probeer iedereen, zowel binnen als buiten de sport, mee te geven dat opgeven geen optie is.” En tot op de dag van vandaag neemt hij deel aan survivalruns met een licentie.

In de natuur
Wat survivalrun voor Erik bijzonder maakt, zit in de kern van de sport. “Het mooiste is de veelzijdigheid, de natuurbeleving en dat het een sport is waarin doorzettingsvermogen en niet willen opgeven zo mooi tot uiting komen. Het diep met elkaar afzien zorgt voor verbondenheid en samenhorigheid met andere atleten. Dat geeft deze sport een extra mooi randje.”
Die betrokkenheid blijkt ook uit zijn inzet voor de survivalrun in Doorn. Erik is daar al jarenlang één van de drijvende krachten achter. Juist daarom maakt hij zich zorgen over de toekomst van de sport en de toenemende beperkingen bij het organiseren van survivalruns in de natuur. “Het is elke keer weer ongelofelijk knap wat wedstrijdorganisaties voor elkaar krijgen om een run door te laten gaan, alle hindernissen op te bouwen en zo’n tweehonderd vrijwilligers bij elkaar te krijgen. Tegelijkertijd maak ik me zorgen over de steeds strengere regels en beperkingen in de natuur.”
Die zorgen zijn voor Erik niet alleen theoretisch. Na zestien jaar moet zijn trainingsgroep Hang On de huidige trainingslocatie verlaten en op zoek naar een nieuwe plek. “Binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug is het zo goed als onmogelijk om een vergunning te krijgen voor het bouwen van een nieuwe locatie in de natuur.” De hoop is nu gevestigd op sportveld Zonneweide op Sportpark De Burgwal, dat de beste kansen lijkt te bieden voor de toekomst van Hang On. In december 2026 neemt de gemeenteraad naar verwachting een besluit over de plannen, op basis van het voorstel van het college. Voor Erik staat er veel op het spel: het voortbestaan van zijn trainingsgroep en de mogelijkheid om nieuwe mensen kennis te laten maken met deze prachtige sport en hen te laten ervaren wat survivalrun zo bijzonder maakt. Juist daarom hoopt hij dat er ruimte blijft om de sport ook in de toekomst door te geven aan nieuwe generaties. “De natuurbeleving is wat onze sport zo mooi maakt. Ik ben ervan overtuigd dat survivalrun hand in hand kan gaan met het behoud van de natuur.”