Dit jaar viert de SBN haar 35-jarig jubileum. Een mijlpaal die niet alleen draait om jaren, maar vooral om mensen, sportiviteit en onvergetelijke momenten. Om die reden gaan we terug naar het begin. Naar de eerste-uurleden die erbij waren toen survivalrun nog in de kinderschoenen stond. De komende weken delen we hun verhalen. Over hoe zij kennismaakten met de sport en waarom survivalrun hen nooit meer heeft losgelaten.
Henk van Bindsbergen (SBN-lidnummer 91)
“Het mooiste was toch wel de combinatie van het lopen en de hindernissen.”
In het begin van de jaren negentig ontdekte Henk van Bindsbergen het sporten. Niet meteen buiten, maar juist binnen, tussen de toestellen en gewichten. “Begin jaren 90 ben ik via bedrijfsfitness begonnen op een sportschool in Ede”, legt hij uit.
De overgang naar buiten liet niet lang op zich wachten. “Van binnen trainen kwam het meedoen met de loopgroep en marathonwedstrijden lopen.” Het ritme van voeten op bospaden en asfalt beviel hem goed en het duurde niet lang voordat hij steeds grotere afstanden kon overbruggen. In die tijd was er in Ede ook een bijzonder evenement dat indruk op Henk maakte: de Ede’s Best Race, de voorloper van de huidige Tuxis Ede Best Run. “De Ede’s Best Race was een wedstrijd van drie dagen, van woensdagavond tot zaterdagmiddag”, herinnert Henk zich. “En het was geen gewone wedstrijd, het was een beleving. Een uitdaging die door het uitgestrekte landschap van de Veluwe liep.” Maar meedoen was niet vanzelfsprekend. “Om in het team te komen was er een selectiewedstrijd”, legt hij uit. Alleen wie zich bewees, mocht deelnemen.
En in die tijd rolde hij ook in survivalrun. “Mijn eerste survivalrun was Beltrum in 1992, zonder ervaring en erg koud”, kijkt Henk daarop terug. In Beltrum leerde hij survivalrun in de praktijk: vallen, opstaan en doorgaan. Daarna volgden jaren van trainen en wedstrijden, vaak samen met een vaste groep uit Ede.
Wat hem het meest bijbleef van al die jaren survivalrun? Niet alleen de prestaties, maar vooral de variatie van de sport. “Het mooiste was toch wel de combinatie van het lopen en de hindernissen”, legt Henk uit.
En wat voor hem minstens zo belangrijk was: de gezellige sfeer tijdens de wedstrijden. “In Ede trainde ik met zo’n gezellige groep. En het samen trainen, en ook samen naar wedstrijden gaan, was misschien wel het allerleukste.” En ondanks dat hij nu niet meer zelf in de touwen hangt, komt Henk ieder jaar nog altijd met plezier kijken bij Tuxis Ede Best Run. Want ja, survivalrun heeft hem nooit meer losgelaten.

Niels Geuijen (SBN-lidnummer 71)
“We probeerden gewoon elke run mee te pakken die er was.”
Voor Niels begon zijn survivalrun-avontuur in de jaren ’90. “Mijn eerste kennismaking was in 1990, bij de allereerste run in Gendringen. Mijn broer en ik werden gevraagd als jury.” Wat begon langs het parcours, sloeg al snel over. “De run werd georganiseerd door trainingsmaatjes van onze atletiekvereniging. Zij namen ons mee naar touwtraining in Engbergen en daar kregen we echt de smaak te pakken.” Niet veel later stond Niels zelf aan de start. “Op 30 april 1991 liep ik mijn eerste survivalrun, in Dinxperlo. Dat was voor hen ook de eerste editie.”


Vanaf dat moment was er geen weg meer terug. “Daarna probeerden mijn broer en ik álle runs mee te doen die mogelijk waren. We hadden nog geen rijbewijs, dus we bleven vooral op fietsafstand, maar mijn ouders hebben ons ook regelmatig naar plekken als Zelhem, Beltrum en Neede gebracht.” Toen Niels in 1991 voor zijn studie naar Utrecht verhuisde, ontdekte hij dat ook daar volop werd gesurvivalrund. “Ik werd lid van de Hellas survivalrungroep en kwam al snel in het bestuur als penningmeester.” Zijn betrokkenheid ging verder dan alleen zijn eigen trainingsgroep. “In de beginjaren ’90 zat ik ook in het bestuur van de Survivalrun Bond Nederland. Ik hield me bezig met het opstellen van een uniform wedstrijdreglement, want dat verschilde toen nog per wedstrijd.” Hij stond ook aan de basis van de digitale ontwikkeling. “Ik heb de eerste website over survivalrun gemaakt, die later werd overgenomen door de bond.” Ook daarna bleef hij actief achter de schermen. “Na mijn bestuursperiode ben ik nog een paar jaar betrokken geweest als PR-adviseur. Zo stonden we op sportbeurzen om de sport bekender te maken.”


Een belangrijk hoofdstuk in zijn survivalrun-verhaal ligt in Zeist. “Samen met de toenmalige secretaris van de Hellas survivalgroep hebben we in 1996 de overstap voor de hele groep mogelijk gemaakt naar Fit Zeist en daar train ik nog steeds. Ik ben inmiddels al meer dan tien jaar jeugdtrainer en ook als vrijwilliger betrokken bij de survivalrun van Zeist.” Dat langdurige engagement typeert zijn band met de sport: niet alleen meedoen, maar ook doorgeven. Toch blijft zijn hart altijd op het parcours liggen. “Ik ben eigenlijk altijd blijven lopen”, zegt hij. “Al heb ik sinds corona geen officiële wedstrijden meer gedaan, alleen recreatief, maar het kriebelt nog steeds.”

Als hij terugdenkt aan die eerste jaren, moet hij lachen om hoe anders alles was. “Mijn eerste run van 15 kilometer noemden ze toen een ‘mini-run’. De meeste wedstrijden waren gewoon 25 tot 30 kilometer.” Sommige herinneringen zijn hem altijd bijgebleven. Zoals die ene run in Zelhem in 1993. “Een trainingsmaatje liep zijn allereerste run: 33 kilometer, met ook nog 2 kilometer kajakken.” De omstandigheden waren zwaar. “Die boomstammen die je moest dragen en doorhakken? Die wogen zo’n 70 kilo.” Bij de finish moesten ze lang wachten. “We stonden daar uren totdat hij eindelijk binnenkwam, doodsbleek, totaal gesloopt.” En toen kwam de legendarische reactie: “Appeltje, eitje.” Niels lacht: “Dat is daarna dus zijn bijnaam geworden.”
Wat de sport in die tijd zo bijzonder maakte, waren ook de creatieve en soms ronduit bizarre hindernissen. “Het abseilen van de watertoren in Ulft. En in Gendt daalden we af van de kerktoren.” Maar één van de meest indrukwekkende momenten beleefde hij in België. “Daar moesten we via touwen omhoog de kruipruimte van een snelwegbrug in, het kanaal over, aan de andere kant weer terug via de kruipruimte van de andere rijbaan. Het was pikkedonker, alles van beton… je hield er gegarandeerd blauwe plekken aan over. In die beginjaren wisten soms niet wat ons te wachten stond”, vat Niels samen. “Maar juist dat onverwachte, dat avontuurlijke… dat is precies wat het zo leuk maakte.”
